Interview met Sabine Niederer, lector Visual Methodologies (HvA) en per 15 oktober 2025 de nieuwe wetenschappelijk directeur van het Centre of Expertise Creative Innovation (CoE CI). Met haar benoeming tot wetenschappelijk directeur van het Centre of Expertise Creative Innovation zet Sabine Niederer een volgende stap in haar jarenlange betrokkenheid bij het CoE.
“Ik heb het Centre of Expertise altijd van dichtbij gevolgd en eraan bijgedragen in verschillende rollen,” vertelt ze. “Het voelt goed om dat nu vanuit deze positie verder te kunnen versterken en ik heb er gewoon heel veel zin in!” Het Centre of Expertise Creative Innovation is een samenwerking tussen vier hogescholen en talloze externe partners. “Het mooie is dat CoE CI het snijvlak opzoekt tussen kunst en ontwerp, technologie en maatschappelijke verandering. Dat is ook de plek waar ik me als onderzoeker het meest thuis voel.”

Een schat aan ervaring
Ontwerpend en artistiek onderzoek versterken
Sabine brengt een schat aan ervaring mee uit haar eigen lectoraat en uit diverse netwerken. “De afgelopen jaren ben ik op verschillende manieren actief in het veld van artistiek en ontwerpend onderzoek. Dat doe ik met mijn eigen onderzoeksprojecten, maar ook als lid van de Graduate Commissie van de landelijke pilot Professional Doctorate Kunst + Creatief. Daarnaast ben ik onderzoeker geweest binnen het programma Innovatielabs en programmamanager van ARIAS, het platform voor artistiek onderzoek in Amsterdam. Ook was ik bestuurslid van CLICKNL. Al die ervaringen neem ik mee naar mijn nieuwe rol bij het CoE CI. Ze vormen een stevige basis om de programmalijn rond artistiek en ontwerpend onderzoek verder te versterken binnen het Centre of Expertise.”
Wanneer onderzoek de wereld raakt
In haar eigen onderzoek houdt Sabine zich bezig met het ontwikkelen van methoden en materialen voor onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken, met speciale aandacht voor de thema’s klimaat en belonging; de vraag wanneer mensen zich ergens thuis voelen. “Dat raakt aan ongelijkheid, desinformatie en verdeeldheid,” legt ze uit. Voor Sabine is maatschappelijke relevantie geen bijzaak, maar het vertrekpunt van haar werk. “Ik zou niet kunnen werken aan onderzoek dat geen verbinding heeft met de samenleving,” legt ze uit. “Dat betekent niet dat de maatschappelijke boodschap er dik bovenop moet liggen, of dat onderzoek een oplossing moet bieden voor een probleem. Soms gaat het juist om iets subtielers, dat relevant is omdat het bijvoorbeeld uitnodigt tot reflectie. Denk daarbij aan een poëtische interventie die je anders naar een vraagstuk laat kijken, een audiowandeling die je bewuster maakt van de stadsnatuur, of een tool die je de stad door de ogen van een ander laat zien.”
Een moment waarop ze voelde dat haar werk echt verschil maakte, was toen het onderzoek van haar lectoraat en partners aan de UvA en de universiteit van Warwick naar klimaatverbeelding op sociale media werd opgenomen in IPCC-rapporten en ze het mochten presenteren op een internationale klimaattop. “Het voelde als een mijlpaal en het was ook gewoon heel interessant om daar te zijn op het moment dat het klimaatakkoord onder grote druk stond door de houding van de Amerikaanse overheid,” vertelt ze.

Sindsdien werkt ze met een breed netwerk van partners, waaronder de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, de Gerrit Rietveld Academie en verschillende culturele instellingen, aan het thema klimaatverbeelding. Daarbij worden bewust veel studenten, kunstenaars en ontwerpers betrokken. “We zijn ook in gesprek met nieuwe partners met wie we willen werken aan frisse beelden voor klimaatcommunicatie en journalistiek,” zegt ze. “Beelden die journalisten en communicatiespecialisten kunnen gebruiken om klimaatadaptatie op een verbeeldende en aansprekende manier onder de aandacht te brengen bij een jongere doelgroep.”
Piepkleine AI als nieuw instrument in kunstonderzoek
Naast klimaatonderzoek experimenteert Sabine met alternatieve vormen van kunstmatige intelligentie. “We werken nu aan een heel klein AI-model dat op basis van een heel specifieke set bronnen (zoals een syllabus) een verhaal kan vertellen of zelfs een lied kan zingen waarmee het ons aan het denken zet,” zegt ze. “Die invalshoek is speels, maar het idee is serieus: we onderzoeken of we AI kunnen ontwerpen met een kleine ecologische footprint, gericht op samenwerking in plaats van extractie en efficiëntie. Dat doen we onder andere in het project Slow AI. Met studenten bouwen we prototypes die kunstenaars gebruiken in hun werk. Zo ontstaat een leeromgeving waarin kunst, technologie en reflectie samenkomen.”

Verbinden en vertragen
Het Centre of Expertise Creative Innovation werkt met een groot netwerk van partners uit onderwijs, onderzoek en praktijk. Hoe houdt ze overzicht in zo’n complexe omgeving? “Door het gesprek gaande te houden,” zegt Niederer. “Ik geloof in samenwerking en samen richting geven. Dat vraagt soms om vertragen, luisteren en ruimte laten voor experiment.”
Meer onderzoek doen samen met studenten
Wat wil Sabine bereiken in haar termijn als wetenschappelijk directeur? “Mijn voorgangers hebben al zoveel moois opgebouwd,” zegt ze. “Daar kan ik met veel plezier op voortborduren.” Haar ambitie is om het Centre of Expertise Creative Innovation verder te versterken als een plek waar ontwerpende en artistieke praktijken samenkomen. Ze wil dat studenten daarin een nog actievere rol spelen en vaker betrokken zijn bij onderzoek. “Uiteindelijk hoop ik dat het CoE CI wordt gezien als een plek waar de meerwaarde van kunst en ontwerp in maatschappelijke transities vanzelfsprekend is.”
Frank Kresin, decaan van de Faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie, herkent dat streven: “Sabine kent het gedachtegoed van het CoE CI door en door en heeft een groot en relevant netwerk. Ze is een natuurlijke verbinder tussen de vier partnerhogescholen en brengt precies de energie en visie die nu nodig is. Ik ben bijzonder blij dat zij deze rol op zich neemt en kijk erg uit naar de samenwerking.”
Tot slot – een blik op haar bureau
“Wat je op mijn bureau ziet? Heel veel kunstenaarsmaterialen: stiften, potloden, fineliners, boekjes, stempels… en de muren hangen vol met schetsen en proefdrukken. Ik werk het liefst op een plek die voelt als een studio, waar je direct ziet dat er dingen gemaakt worden. Dat zegt misschien wel het meest over hoe ik naar onderzoek kijk: denken en maken horen bij elkaar.”
Wil je meer informatie, heb je vragen of wil je met ons samenwerken?
Neem contact met ons op.




