In het voorjaar van 2024 organiseerde het CoE Creative Innovation een Creatieve Krachtsessie, een openbare meet-up voor studenten, docenten, onderzoekers, ontwerpers en maatschappelijke instellingen. Met praktijkvoorbeelden over zorgtoeslagen en schone wijken komen ervaringen van zowel ontwerpers als opdrachtgevers aan bod.
Veel Rotterdammers met een laag inkomen weten de weg niet in het toeslagenstelsel –hoe kan dat worden verbeterd? Deze vraag kreeg het sociaal-ontwerpbureau Afdeling Buitengewone Zaken (ABZ) voorgelegd door de gemeente Rotterdam. Speciale aandacht moest daarbij uitgaan naar mensen met een “laag doenvermogen”. De eerste stap van ontwerper Jop Japenga van ABZ was een gesprek organiseren met de doelgroep. Waarom weten zij de weg niet in het toeslagenstelsel? Hoe kan de aanvraagprocedure worden verbeterd? “De antwoorden daarop vind je alleen in de alledaagse praktijk.” Een uitkomst van deze ontwerpende aanpak van de toeslagendrempel was chunking, het opdelen van de aanvraagprocedure in kleine stapjes. Vervolgens werden deze stappen met heldere signing ingedeeld in Lezen of Doen. “Interventies die we gaandeweg het project hebben ontwikkeld.”
De ontwerpende aanpak is een gezamenlijke zoektocht naar maatschappelijke transities.
Japenga is een van de sprekers van de Creatieve Krachtsessie: Ontwerpende aanpak bij maatschappelijke vraagstukken. Deze openbare kennissessie wil de bijdrage verkennen die ontwerpers kunnen leveren aan maatschappelijke vraagstukken als inclusiviteit, digitalisering en zelfs klimaatverandering. Overheden en andere publieke instellingen maken nog te weinig gebruik van ontwerpend onderzoek, waarbij ideeën en oplossingen niet alleen in de praktijk worden ontwikkeld maar vervolgens ook meteen worden getest. Op basis van de bevindingen worden deze oplossingen aangepast, waarna ze opnieuw worden getest. Japenga: “Het is een gezamenlijke zoektocht naar maatschappelijke transities.”
De potentie van ontwerpend onderzoek is groot. Niet voor niets trok het Ministerie van OCW voor de komende drie jaar 9 miljoen euro uit voor het programma De Publieke Ontwerppraktijk (PONT). Veel maatschappelijke vraagstukken zijn zo complex en systemisch dat er niet één vooraf bedachte oplossing bestaat, zegt Martijn de Waal, lector Civic Interaction Design aan de HvA en een van de samenstellers van het PONT-programma. Ontwerpend onderzoek ziet hij als een aaneenschakeling van small steps. Als voorbeeld verwijst hij naar de aanpak van Afdeling Buitengewone Zaken bij het vereenvoudigen van het toeslagenstelsel. “Een eerlijkere toeslagenverdeling kan vervolgens weer de aanzet zijn tot een grotere systeemverandering.”
Essentieel is daarbij samenwerking van de verschillende stakeholders – ontwerpers én opdrachtgevers, beleidsmakers en burgers, waaronder nadrukkelijk ook niches en minder zichtbare minderheidsgroepen zoals niet-menselijk leven oftewel de natuur. Of zoals De Waal het formuleert: “The whole system must be in the room!” Door deze integrale aanpak waarbij iedereen meedenkt en meedoet wordt een systemische verandering mogelijk. Een voorwaarde is wel dat alle stakeholders hetzelfde doel delen: “De publieke waarde moet centraal staan, niet het eigen personeel of andere belangen.”

“The whole system must be in the room!” Door deze integrale aanpak waarbij iedereen meedenkt en meedoet wordt een systemische verandering mogelijk.
Net als ontwerpend onderzoek zelf blijft ook deze Creatieve Krachtsessie dicht bij de praktijk door meerdere case studies uit te lichten. Truke van Boxtel, CTO van het Innovatieteam van de Gemeente Amsterdam, vertelt over de Digitale Voordeur, een nieuw online portal voor zorghulp. Het eerste prototype is inmiddels positief getest door 100 Amsterdammers. “Het begon met de vraag: wat kunnen we leren van digitale platforms als Facebook en big data om de zorg voor Amsterdammers te verbeteren?”, blikt Van Boxtel terug. Waarna als eerste alle betrokken partijen werden geïnterviewd. “Maar dan ook alle – van grote zorginstellingen als het AMC en zorgverzekeraars tot huisartsen, jeugdhulpverleners en buurtteams en 300 thuisinterviews met zorgcliënten.” Een specifieke inbreng van ontwerpers was dat ze het Innovatieteam op scherp zetten. “Elke vraag, elk probleem, elke suggestie werd met een open blik bevraagd. Alle vooraannames van zowel de gemeente als zorgprofessionals gingen overboord.”
Essentieel is daarbij samenwerking van de verschillende stakeholders – ontwerpers én opdrachtgevers, beleidsmakers en burgers, waaronder nadrukkelijk ook niches en minder zichtbare minderheidsgroepen zoals niet-menselijk leven oftewel de natuur. Of zoals De Waal het formuleert: “The whole system must be in the room!” Door deze integrale aanpak waarbij iedereen meedenkt en meedoet wordt een systemische verandering mogelijk. Een voorwaarde is wel dat alle stakeholders hetzelfde doel delen: “De publieke waarde moet centraal staan, niet het eigen personeel of andere belangen.”


“De onderzoekende ontwerpers zijn de projectleiders nieuwe stijl. In hun eentje kunnen ze immers geen enkele verandering realiseren.”
Vanwege zulke intensieve en soms ook wispelturige processen is er terughoudendheid van overheidsinstellingen, bedrijven en andere opdrachtgevers bij ontwerpend onderzoek. Vaak is er vooraf immers geen helder doel maar wordt juist al doende een strategie ontwikkeld, verklaart De Waal. “Dat kan bestuurlijke instellingen afschrikken. Ontwerpend onderzoek is nu eenmaal onzekerheid omarmen.” Bovendien is er bij een ontwerpende aanpak van maatschappelijke vraagstukken vaak geen duidelijk afgebakend einde. “Er moet immers voortdurend worden bijgestuurd. Het is een iteratief proces.” Zelfs een meetbare onderbouwing van het effect van een ontwerpende aanpak is er vaak niet door gebrek aan vaste ijkmomenten of statistische output. Of zoals Van Boxtel het gekscherend formuleert: “Als je geen idee hebt wat je aan het doen bent, noem dat dan onderzoeken.”
Maar niet alleen de opdrachtgever moet flexibel zijn. Ook van ontwerpers wordt een nieuwe rol gevraagd. “De gangbare definitie van ontwerp is te beperkt, zegt Wina Smeenk, lector Societal Impact Design, Hogeschool Inholland. “De onderzoekende ontwerpers zijn de projectleiders nieuwe stijl. In hun eentje kunnen ze immers geen enkele verandering realiseren.” De Waal onderscheidt zelfs meerdere rollen voor de ontwerper: provocateur, verbeelder, ondernemer, trainer, gangmaker, campaigner enzovoort.
Een treffende samenvatting van de ontwerpende aanpak geeft Nadia Najibi in het afsluitende debat van de Creatieve Krachtsessie. Als Gebiedsmanager van de Gemeente Amsterdam ontwikkelde zij een programma voor een schoner stadsdeel Nieuw-West. De inbreng van ontwerpers was daarbij onmisbaar. “Door hun open en ongedwongen houding durfden de andere partijen zich ook beter uit te spreken. Zo werd het écht een gedeeld project. Bovendien droegen ze flexibele en creatieve oplossingen aan. Je kunt wel een plan bedenken hoe je de wijk schoon houdt. Maar dan blijkt het op straat toch weer anders te gaan. Dan moet je dus een nieuwe aanpak ontwikkelen.”
Wil je meer informatie, heb je vragen of wil je met ons samenwerken?
Neem contact op met Nora van communicatie.

“Hoe kunnen we weten wat we willen totdat we zien wat er mogelijk is?”
Guido Strompff
Lector Design Thinking



